Teveel spinnen in één spinnenweb
Waarom een efficiënt Vlaams fietsbeleid zo lang op zich laat wachten
Tot ver in de 20e eeuw beslisten louter politici en ingenieurs over onze wegen. De opleiding voor verkeersdeskundige werd pas opgestart rond de eeuwwisseling. Decennialang ontwierp men de vorm van onze wegen louter in functie van autoverkeer. De kentering om naast auto- ook fietsinfrastructuur te voorzien is traag aan de gang. De brede asfaltwegen die met verf ingesnoerd worden tot tragere, minder onveilige wegen zijn hiervan een mooi bewijs.
Anno 2008 wordt bij de integrale (= de volledige) heraanleg van wegen vaak uitmuntende fietsinfrastructuur voorzien. De Koning Albertlaan is een geslaagd Gents voorbeeld. Fietsinfrastructuur wordt echter niet in alle wegenwerken grondig gepland.
Kijk maar naar de improvisatie op het kruispunt Sint-Denijslaan/Kortrijksesteenweg/Achilles Musschestraat.
Veilig fietsen?
Maar Koning Auto hoeft nog lang geen coup te vrezen. Hoewel de assertieve, ervaren fietser best tevreden is - in 20 jaar tijd is fietsen in Gent een stuk minder gevaarlijk geworden - ervaart de grote massa fietsen nog steeds als onveilig. Velen durven de overstap van auto- naar fietsgebruik niet aan. De grote omslag bij woon/werkverkeer is bijvoorbeeld nog niet merkbaar. Veilige fietsinfrastructuur ontbreekt nog massaal.
Bevoegdheden versnipperd
Daar zijn vele redenen voor, niet in het minst structurele. Het grootste structurele struikelblok is de versplintering van bevoegdheden. Alle wegbeheerders van Gentse wegen zitten maandelijks rond de tafel. En dat is een zéér grote tafel. Te groot. In een stedelijke omgeving als Gent, met zijn complexe spinnenwebstructuur, is de aanwezigheid van vele spinnen nefast voor de efficiëntie. Minder spinnen in het web is een taboe. Het ideaal is dat een grote stad zijn mobiliteitsbeleid autonomer kan voeren. Dat lijkt nog veraf. Er zijn niet te veel ambtenaren, integendeel. Er zijn wel te veel bevoegde administraties, verdeeld over stad, provincie, gewest en staat. Zelfs Monumentenzorg beslist mee over onze mobiliteit.
In steden als Gent, Antwerpen en Brussel is er een overkill aan administraties en politieke niveaus met budget en/of beslissingsmacht over wegen, bruggen, overwegen, tunnels, jaagpaden, parken en viaducten. Snijvlakken van bevoegdheden leiden tot een inefficiënte infrastructuur. Coördineren en samenwerken met een overdaad aan administraties kost -verhoudingsgewijs - te veel energie. Twee Gentse voorbeelden van die complexiteit: Palinghuizen en de Saskes.
Saskes
De Saskes liggen op het snijpunt tussen de Bovenschelde en de Zeeschelde. De sluis en stuw naast de spoorweg is de technische grens tussen twee administraties van Waterwegen en Zeekanaal. De jaagpaden stroomafwaarts en Gentbruggebrug worden vanuit Aalst beheerd door de administratie W&Z van de Zeeschelde. De jaagpaden stroomopwaarts, de Schelde, de Leie en alle andere Gentse bruggen worden beheerd vanuit de Nederkouter, administratie Bovenschelde. De NMBS is verantwoordelijk voor de nieuwe spoorwegbrug over de Schelde, de spoorwegviaduct en zelfs voor de verlichting eronder. De kleine ring (R40) is in deze
buurt een dominante, gevaarlijke, ouderwetse gewestweg. De Delvinlaan is een te brede stadsweg. Buurtbewoners smeken al jaren om via de Saskes een fietslink te creëren tussen Gentbrugge en Sint-Amandsberg. De nieuwe spoorwegbrug onderging geen enkele “fietstoets”, een gemiste kans. Zowel de Schelde, de spoorweg, de kleine ring als de Delvinlaan zijn moeilijk te dwarsen hindernissen. De vele administraties bewegen niet. Aquafin passeerde in de buurt, zonder een verbetering voor fietsers. De R40 kreeg onlangs een nieuwe asfaltlaag, zonder de nodige aanpassingen voor voetgangers of fietsers. De Denderlaan wordt momenteel heraangelegd als fietsstraat, zonder uitzicht op een verbinding met Gentbrugge. Aan de Saskes staan zelfs nog anti-fietspaaltjes uit de jaren 70. Dit kruispunt van wegen, spoorweg en Schelde lijkt een grijze zone, zonder een sturende overheid. Of hoe vele bevoegde administraties verlammend werken. Het rendement op aantal gebruikers per aangelegde
meter fietspad is in steden nochtans groter.
Palinghuizen
Palinghuizen is de gewestwegdie langs de Brugsevaart het kruispunt van de N9 en de Ferrerlaan verbindt met de Jozef huislainbrug en - iets verder - met de Gasmeterlaan, Nieuwe Vaart, Gebroeders De Smetstraat en Elyzeese Velden. Je merkt het al:
dit is een complexe water- en wegenpuzzel. De spelers hier zijn: Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen, Waterwegen en Zeekanaal, de Lijn (allen van het Vlaams Gewest); Wegendienst, Mobiliteit en Politie van de Stad Gent. Deze hebben samen twee bevoegde ministers en drie bevoegde schepenen. Dat valt nog mee. Onder de Jozef Ghuislainbrug lopen al een aantal jaar 2 schitterende
fietsonderdoorgangen. De ene is onderdeel van de fietsroute Mariakerke-Sint-Amandsberg en rendeert volop. De andere ligt er een beetje symbolisch bij. Veilige aansluitingen mankeren. Op de Palinghuizen is de auto heer en meester. Vanop het fietspad op de Rooigemlaan kom je in een complexe en onveilige zone zonder enig fietspad. Tussen de uitgang van de fietsonderdoorgang en het
prima fietspad aan Elyzeese Velden ligt een brede asfaltvlakte uit de jaren 60. Onlangs werden de tramsporen uitgebroken, maar men heeft hierbij de situatie voor fietsers niet aangepast. Parkeerplaatsen en autodoorstroming blijft primeren. Hier
ontbreekt actie van één van de spelers: Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen. Het is een echte missing link en één van de vier locaties op de R40 zonder enige fietsinfrastructuur. Zelfs geen verfstreepjes.
Per beleidsniveau is één verantwoordelijke politicus nodig voor zo goed als álle aspecten van wegenen fietsinfrastructuur. Dat creëert een minimale politieke efficiëntie, met minder compromissen, minder vliegen afvangen en een duidelijkere eindverantwoordelijkheid. Ook bij verkiezingen: de politicus die fietsinfrastructuur een boost geeft zal dit merken aan de stemmen. De vraag naar veilige fietswegen in leefbaardere steden is immers zeer groot.
Dit is een artikel van de fietsersbond
|