• GMF: think global, act local
    Toby, vrijwilliger activiteitenwerkgroep
    Ik ben Gentenaar door geboorte en GMF'er door overtuiging!

DSC 8316 2In deze rubriek gaan we in gesprek met iemand die zich rechtstreeks of onrechtstreeks inzet voor een duurzamer Gent. We trappen af met Yves De Bruyckere, Fietsersbonder in hart en kuiten.

  

 

 

 

Ik ben één van de vele vrijwilligers van Fietsersbond Gent. Binnen die vereniging hou ik me vooral bezig met de blog Fietsbult en de facebookpagina.

Hoe ben je bij de Fietsersbond terechtgekomen?
Ik ben begonnen als boze bange vader. In de jaren 90 was ik zo dom om een verkiezingscampagne te geloven die een veilige fietsverbinding beloofde tussen het centrum en de wijk waar we net een huis hadden gekocht. Toen die verbinding er na de verkiezingen niet kwam, stuurde ik boze mails naar het stadhuis. Dat leverde weinig op. Op advies van een vriend stopte ik de individuele mails en ging ik me verenigen met andere fietsers.

Op een bepaald moment zat ik met enkele andere Fietsersbonders in het stadhuis. We kwamen een probleem aankaarten, en de mensen die ons te woord stonden zeiden doodleuk: ‘daar is geen probleem’. Toen is het idee bij me opgekomen om de kracht van het beeld in te schakelen. Zo is de blog Fietsbult ontstaan. Door foto’s te tonen, maken we duidelijk waar er gevaarlijke situaties zijn voor fietsers. Uiteraard brengen we ook positieve verhalen, en bovendien is de blog een prima middel om acties te organiseren.

 Eén van de doelen van de Fietsersbond is het beïnvloeden van het fietsbeleid. Hoe doen jullie dat? 
Ten eerste door mensen van goede wil te verbinden. Er zijn steeds meer kleine groepen en individuen actief rond fietsen. We willen hen in contact brengen met elkaar, de politiek en de administratie. Ten tweede monitoren we de evolutie van het beleid. In de beginjaren moesten we knokken om van niets naar iets te gaan: fietsers werden gedoogd op straat, maar een echt fietsbeleid was er niet. De volgende fase zagen we een constant fietsbeleid met kleine en grote verwezenlijkingen, die vaak in de luwte gebeurden. Er zijn toen heel belangrijke stappen gezet, zoals de aanleg van het Gaardenierspad, maar daar werd bijna niet over gecommuniceerd. Nu zitten we in een nieuwe periode, waarin de kraan volop open staat. De maatregelen zijn ambitieus en worden ook met veel tamtam aangekondigd.

Zie je ook een evolutie in je eigen denken over fietsbeleid?
Vroeger moesten we vooral fietsers overtuigen, nu ook de bijna-fietsers: mensen die de fiets nog niet vanzelfsprekend vinden. We stellen ons meer de vraag: wat hebben bejaarden, kleine kinderen, kortom de niet-assertieve fietsers nodig? Veel nationale administraties gaan nog te veel uit van de huidige gebruiker. Ze kijken niet naar hoe we zo veel mogelijk mensen op de fiets kunnen krijgen en houden. Dat is erg kortzichtig, want de infrastructuur die je nu aanlegt, daar zit je wel mee voor de volgende twintig jaar of langer. En we weten ook dat infrastructuur gebruikers aantrekt. Kijk naar het circulatieplan: geef voetgangers en fietsers meer ruimte en ze komen vanzelf.

Het circulatieplan heeft een grote impact gehad op fietsen in Gent. Hoe kijk jij daar naar?
Ik was eerlijk gezegd geschrokken over het effect van het circulatieplan. De transformatie is enorm. Net als in 1997, bij het autovrij maken van een deel van de binnenstad, hebben veel luide roepers luid geroepen en was de aandacht voor de negatieve stemmen bijzonder groot. Het plan is niet perfect, maar ik ben blij met de actie die we samen met het GMF op touw hebben gezet. Als het goed is, mag het ook gezegd worden.

Ik zie ook een verschuiving binnen de fietsgebruikers. Doordat er meer speciale fietsen op de markt komen, vindt een nieuwe groep mensen zijn gading. Bakfietsen en transportfietsen voor ouders en handelaars, plooifietsen voor pendelaars, maar ook echt chique fietsen die als statussymbool de auto naar de kroon kunnen steken. Aan de andere kant zie je meer en meer mensen die de fiets als enige vervoersmogelijkheid hebben.

Dat veel meer mensen de fiets gebruiken, zorgt ervoor dat het Calimeroverhaal niet meer geldt – zeker niet binnen de R40. Ook als fietser moet je je snelheid en gedrag aanpassen aan de verkeerssituatie. Als 1% van de fietsers cowboys zijn, waren dat er vroeger 100; nu zijn dat er 1000. De fietser is dan ook niet meer heilig voor mij, de fiets wél. In al zijn propere eenvoud.

Welke invloed hebben organisaties als Fietsersbond en GMF op het beleid van een stad?
Wij kunnen problemen aankaarten en in de belangstelling brengen, en meedenken over oplossingen. Maar laat ons eerlijk zijn: de grote helden zitten in de ambtenarij. Zelfs eenvoudige projecten zijn vaak heel complex omdat er heel veel vingers in de pap zitten: politiek, allerlei overheden, middenveldorganisaties. In zo’n omstandigheden een degelijk project realiseren, is een huzarenstukje. In sommige gevallen hebben wij natuurlijk wel het voordeel dat we niet altijd rekening hoeven te houden met de complexiteit. Soms kunnen wij zeggen: los dit op, het is te dringend om te laten liggen. Dan heb ik het bijvoorbeeld over de zwarte punten.

Is de Fietsersbond een anti-autobond?
Het verhaal van ‘mijn auto, mijn vrijheid’ is ongeloofwaardig geworden als je met die auto een groot deel van de tijd mee in de file staat. Toch zijn veel nationale administraties nog als de dood van de hete adem van de boze, stilstaande automobilist. Dat zij meer belang hechten aan autodoorstroming dan aan verkeersveiligheid, is echt misdadig.

Daarnaast zie je de inzichten groeien bij heel wat organisaties en bedrijven waarvan we het vijf jaar geleden nooit verwacht hadden. Ook Unizo, Voka, en zelfs Touring zien tegenwoordig de voordelen van de fiets. Je moet mensen en organisaties dan ook de kans geven om zonder gezichtsverlies een bocht van 180° te maken.

Autoverkeer heeft zeker zijn plaats in de stad. Hulpdiensten, leveranciers en minder mobielen moeten overal kunnen geraken. Maar hoe meer mensen op de fiets zitten, hoe meer ruimte er is voor autogebruikers die het écht nodig hebben.

Wanneer zou de Fietsersbond zichzelf moeten opheffen?
Op het moment dat iedereen veilig en comfortabel van thuis naar het werk, de school, … kan fietsen. In voorbeeldsteden als Kopenhagen en Amsterdam zijn de voorwaarden daarvoor ook nog niet vervuld. Ik denk dat de Fietsersbond dus altijd nog een rol zal hebben als luis in de pels, als verbinder en als kenniscentrum.

Auteur: Pieter Vandenbrande

Dit artikel is de lange versie van de korte 'ontmoet' rubriek in onze Herfst Frontaal 2019. Voor €5/jaar word je lid en krijg je ons tijdschrift bij jou in de bus!

Zonder Gentenaars geen GMF!

Samen maken we van Gent een stad van de toekomst. Word lid voor €5 per jaar en krijg er ons tijdschrift Frontaal bovenop.

Lid WordenX