• GMF is wa de max!
    Willem, vrijwilliger activiteitenwerkgroep
    Samen naar rechtvaardigere alternatieven.

Hoe isoleer je een hellend dak?

dinsdag 12 december 2017 - 14u47

Veel gestelde vraag aan de MilieuAdviesWinkel

De adviseurs en medewerkers van de Milieuadvieswinkel zijn dagelijks op de baan om advies te geven aan mensen die hun woning energiezuiniger willen maken. Sommige vragen komen keer op keer terug, en sommige hardnekkige misverstanden moeten telkens opnieuw opgeruimd worden. In deze bijdrage bespreken we de correcte opbouw van isolatie in een hellend dak.

Er zijn nog enorm veel woningen waar een degelijke dakisolatie ontbreekt. In Gent alleen al zijn het er tienduizenden. De meeste woningen waar we langsgaan, hebben helemaal geen of nauwelijks dakisolatie. Soms is er wel al isolatie, maar is ze slecht geplaatst. De beste oplossing is vaak om alles te verwijderen en opnieuw te beginnen. Laat ons van buiten naar binnen alle laagjes overlopen die we tegenkomen in een typisch dak dat correct geïsoleerd is.

Om te beginnen hebben we de dakbedekking. Dat is de esthetische afwerking van een dak, maar het biedt meteen ook een eerste bescherming tegen neerslag en schadelijke UV-straling. Vaak bestaat de dakbedekking uit dakpannen die rusten op panlatten. Onder de panlatten zijn stoflatten bevestigd die van de nok naar de dakgoot lopen. De panlatten en stoflatten vormen de regelstructuur waarop de pannen rusten. Anders dan dakpannen komen we ook andere dakbedekkingen tegen zoals leien, zink, enz. met een eigen regelstructuur.

De dakbedekking en haar regelstructuur rusten op het onderdak. Het onderdak zorgt ervoor dat regen, stof of stuifsneeuw dat onder de dakbedekking terecht komt, naar beneden kan lopen of schuiven. Het onderdak beschermt de woning dus tegen neerslag, maar ook tegen wind. Daartoe moet het luchtdicht gemaakt zijn. Bij isolatie van het dak bevelen we aan om, als er een onderdak aanwezig is, dat van binnenuit luchtdicht te maken met tape en kit. Als er geen onderdak aanwezig is, moeten de pannen eraf en moet er een onderdak geplaatst worden vooraleer we kunnen isoleren. We bevelen aan om een tand-en-groef onderdak uit geperste houtwol te plaatsen, omdat dit uit hernieuwbare grondstoffen bestaat en tegelijk ook al wat akoestisch en energetisch isoleert.

Onder het onderdak komt dan de dakisolatie. We bevelen in eerste instantie isolatiemateriaal van organische oorsprong aan, zoals houtwol of cellulosevlokken, omdat het een hernieuwbare grondstof is én omdat ze een grotere warmteopslagcapaciteit hebben dan andere materialen. Dat helpt om de warmtedoorslag zo veel mogelijk uren uit te stellen op zeer warme dagen. Cellulose heeft als extra voordeel dat het zelfs de kleinste holtes opvult, beter dan je andere isolatiematerialen ooit kan snijden, omdat het onder druk ingeblazen wordt. Als dikte van het isolatiepakket nemen we, voor het gemak van de afwerking, de dikte van de dakconstructie. Een typisch Gentse dakconstructie bestaat uit kepers en gordingen. De kepers lopen van de nok naar de dakgoot en dragen het onderdak en de stof- en panlatten. De gordingen lopen horizontaal en dragen de kepers. Keper en gording hebben in het algemeen een gezamenlijke dikte van 24 cm. Die dikte volstaat om met organische isolatiematerialen een warmteweerstand van 6,3 m2K/W te halen, wat een goede isolatiewaarde is èn precies de drempel is voor een aantrekkelijke premie van de stad Gent. De kepers en gordingen verdwijnen dus helemaal in het isolatiepakket. In vele gevallen dient de gordingenstructuur opgedeeld te worden door middel van extra houten balken om praktisch te kunnen isoleren.

Een laatste, cruciale laag is het dampscherm. In bijna alle woningen waar we oude isolatie aantreffen, ontbreekt deze laag of is ze fout (en dus nutteloos) aangebracht. Hoe moet het dan wel? Het dampscherm heeft als doel om het isolatiepakket vrij te houden van vocht. We hebben het niet over regen, want daar zorgt het onderdak voor. Wel hebben we het over vocht dat aanwezig is in de binnenlucht. Het is zo dat (warme) binnenlucht die via kieren doorheen het isolatiepakket naar (de koude) buiten ontsnapt, onderweg zodanig afkoelt dat die het vocht niet meer kan ophouden. Koude lucht kan immers maar een fractie vocht opnemen dan warme lucht. Het overtollige vocht condenseert dan, net zoals dat ‘s zomers op een terrasje gebeurt tegen de koude wand van je frisse pint. Wanneer er veel lucht op die manier passeert (wat al bij een klein spleetje het geval kan zijn), dan gaat het om grote hoeveelheden vocht dat afgezet wordt op de grens van warm en koud, in de isolatie dus en/of op de dakstructuur. Op de duur krijg je schimmelvorming en kan de dakconstructie beginnen wegrotten.

Het dampscherm is een scherm dat dampremmend is én dat volledig luchtdicht moet worden aangebracht. Het moet dus met de grootste zorg afgetaped worden aan alle mogelijke aansluitingen langs dakramen, aangrenzende muren, de zoldervloer, zodat er geen lucht kan passeren. Hier wordt nog al te vaak tegen gezondigd, zelfs bij nieuw geplaatste isolatie. Wanneer lucht kan circuleren rondom de isolatie dan verdwijnt immers de isolerende werking.

Wanneer de ruimte onder het dak gebruikt wordt als leefruimte, volgt na het dampscherm nog een afwerking, veelal bestaande uit een latwerk waarop gipsvezel- of gipskartonplaten worden bevestigd. Het is daarbij van belang dat
eventuele vijzen of nagels waarmee de platen bevestigd worden, het onderliggend dampscherm niet doorboren.

Dit artikel werd gepubliceerd in ons tijdschrift Frontaal.

Deze komt 4 maal per jaar uit voor al onze leden!

Wil jij Frontaal ook ontvangen?

Voor €5 per jaar ben je lid. Lid worden kan eenvoudig hier

 

 FRONTAAL 2017 winter klad 3 1 1 001
Print

Zonder Gentenaars geen GMF!

Samen maken we van Gent een stad van de toekomst. Word lid voor €5 per jaar en krijg er ons tijdschrift Frontaal bovenop.

Lid WordenX