• Wij zijn GMF
    Kerstin, vrijwilliger activiteitenwerkgroep
    Samen sterk voor een duurzame toekomst!

Klimaatwetenschapper Samuel Helsen licht ons in over de impact van het veranderende klimaat

dinsdag 17 december 2019 - 11u16
EEAS

Samuel Helsen studeerde Geografie aan KU Leuven. Momenteel doctoreert hij in de klimatologie, waarbij hij zich onder meer toelegt op Antarctica. In 2017 zette hij mee zijn schouders onder Noodweer Benelux, een website die burgers wil informeren over de toestand van het weer. Samuel organiseert samen met collega Lander Van Tricht een klimaat-tournee, waarbij ze doorheen Vlaanderen trekken om de aandacht te vestigen op klimaatverandering. Dat deden ze onlangs ook in Gent op uitnodiging van GMF.

Extremer klimaat

‘Voor België houden de belangrijkste effecten op het klimaat vooral meer extremen in, zowel qua neerslag als temperatuur. Het aantal dagen met extreme neerslag is verdubbeld ten opzichte van het gemiddelde en de projecties voor de toekomst zijn dat dit alleen maar erger gaat worden. In de toekomst wordt het warmer, de atmosfeer kan daardoor meer vocht bevatten en dit extra aan vocht kan aangewend worden meer neerslag te genereren in zulke extra hevige regenbuien. Meer extreme neerslag zal zorgen voor meer wateroverlast, onder andere te wijten aan de betonnering van Vlaanderen. Als we niets doen aan ons ruimtelijk beleid zal dat grote gevolgen hebben in de toekomst. Normaal gezien zou er in 2040 een betonstop moeten komen, hetgeen cruciaal is als we meer hevige neerslag en meer overstromingen verwachten. Er moet meer ruimte komen voor buffer, wat concreet meer groen en minder betonnering inhoudt, zodat het water in de bodem kan sijpelen. Vlaanderen is een heel kwetsbaar gebied voor waterschaarste, omdat we met veel mensen op een kleine oppervlakte leven, zeker in stedelijke gebieden zoals Gent. Als de waterbeschikbaarheid afneemt door klimaatopwarming en een lage infiltratiecapaciteit, komt de watervoorziening voor drinkwater en landbouw in het gedrang. Extreme neerslag is één ding, anderzijds hebben we extremere hitte tijdens de zomers in België. Hittegolven worden langer en intenser, opnieuw voornamelijk in stedelijke regio’s, zoals Gent bijvoorbeeld, waarbij de temperaturen tijdens zo’n hittegolf verschillende graden hoger kunnen liggen dan op het platteland.’

Impact op bos en landbouw

‘Bosbranden zien we nu voornamelijk in het Middellandse Zeegebied en Scandinavië, waar er nog veel bosrijk gebied is. Maar als onze zomers langer droog worden én meer extremen gaan vertonen in termen van temperatuur, dan vergroot ook het risico in België, met name in de Ardennen en op de Kalmthoutse Heide. Ook op de landbouw zullen extremere weersomstandigheden een grote impact hebben. Afgelopen zomer klommen de temperaturen tot boven 40°C, waardoor veel fruit werd verbrand door de hitte. Als dit in de toekomst nog erger wordt, en dat zijn de vooruitzichten, dan zullen we daar steeds meer mee te maken krijgen.’

Hitte als sluipmoordenaar in de stad

‘Het stedelijk hitte-eilandeffect is zeer belangrijk voor Gent. De grote aanwezigheid van beton en gebouwen houdt de warmte lang gevangen in de stad. De schaarste aan groen en grote waterlopen, die voor verkoeling zorgen en op het platteland wel aanwezig zijn, vergroot dit effect nog. De hittestress kan zorgen voor ernstige negatieve gevolgen bij de oudere of net jongere bevolking en leiden tot meer ziektes en zelfs sterfgevallen.’

Weg met verharding in de stad

‘De infiltratiecapaciteit moet verhoogd worden door meer ruimte te creëren voor meer groen en tegelijk minder beton. Op beton stroomt het neervallende water meteen af om rechtstreeks de riool in te gaan. Zo kan het niet richting grondwater sijpelen. Meer verharding betekent dus meer overstromingen én resulteert in een lager grondwaterpeil, twee belangrijke negatieve consequenties. Dit is een cruciale kwestie, want we weten dat in Vlaanderen, na een aantal lange droge periodes twee jaar op rij, ons grondwaterpeil nog steeds laag staat momenteel. Hoe meer water er op natuurlijke wijze in de bodem kan sijpelen, hoe meer de grondwatertafel gevoed kan worden. In termen van buffers voor lange en droge zomers is dat enorm belangrijk. Recentelijk verschenen er studies die zeggen dat Vlaanderen een heel kwetsbaar gebied is voor waterschaarste, omdat we met veel mensen op een kleine oppervlakte leven. Zeker in de stedelijke gebieden zoals Gent. Als onze waterbeschikbaarheid naar beneden zal gaan in de toekomst als gevolg van klimaatopwarming en meer droogte, gaat dit veel gevolgen hebben op lange termijn voor drinkwatervoorziening en watervoorziening voor landbouw.’

De zee stroomt over

‘Wetenschappers voorspellen voor het einde van de eeuw een zeespiegelstijging tussen ruwweg 70 cm en 1,1 m in het slechtste geval. Dat betekent dat grote delen van onze kustlijn onder water komen te staan en dat het water zal binnenkomen via de grote rivieren, vooral tijdens stormvloed. Ik denk bijvoorbeeld aan Gent, waar het water via de Leie landinwaarts zou kunnen komen. In termen van zeeniveaustijging moet een goed adaptatieplan worden opgezet om zowel onze kustlijn als meer inlandse gebieden zoals Gent te vrijwaren.’

Lobbygroepen en politici als dwarsliggers van vooruitgang

‘Er zijn nog altijd heel wat mensen die de menselijke invloed van de klimaatsverandering in twijfel trekken. Grote spelers zijn onder andere lobbygroepen die bij hun industriële activiteiten onmiddellijk negatieve gevolgen ondervinden mochten we maatregelen nemen voor de klimaatverandering, denk bijvoorbeeld aan olie-exporteurs. Ze lobbyen en verspreiden foute informatie over klimaatverandering, wat maakt dat er heel wat mensen zijn die daarin meegaan en het debat bemoeilijken. Natuurlijk is het ook politiek een moeilijke kwestie. We weten dat de gevolgen van de klimaatverandering het grootst zullen zijn op lange termijn, terwijl politieke termijnen slechts vijf jaar of korter duren. Dat maakt dat politieke keuzes vaak lang niet ambitieus genoeg zijn in termen van klimaat. Er moet nog heel veel gebeuren dus, als we effectief onze doelstellingen willen halen. Alle wetenschappelijke rapporten van VN zijn ook duidelijk. Als we onder 2°C opwarming willen blijven in 2100, moeten we drastische maatregelen nemen op alle schaalniveaus. Op wereldvlak, nationaal vlak en lokaal vlak. Daarvoor moet de politiek mee.’

Belang van internationale klimaattoppen

‘We moeten vooral blijven doorgaan met internationale klimaattoppen. Het blijft fundamenteel dat er op wereldvlak doelstellingen gesteld en maatregelen genomen worden om de opwarming zoveel mogelijk in te perken. Het Akkoord van Parijs speelt daarbij een belangrijke rol, maar staat helemaal nog niet op punt. Het is dus belangrijk om er goed over te blijven onderhandelen. Uit vorige klimaattoppen leerden we dat het niet evident is om over zulke ingewikkelde vraagstukken een consensus te bereiken.
Eén van de doelstellingen van de onderhandelingen op internationaal vlak is om vanuit de geïndustrialiseerde landen of de rijke westerse wereld, budgetten te voorzien voor de ontwikkelingslanden, zodanig dat zij ook op een duurzame manier de transitie kunnen maken. Het zijn net de ontwikkelingslanden die extra kwetsbaar zijn voor de gevolgen van de klimaatverandering. Wij zijn van een primitieve maatschappij naar de maatschappij van vandaag gegaan via de industrialisatie met dus de uitstoot van broeikasgassen tot gevolg. We moeten ervoor zorgen dat ook de ontwikkelingslanden een snelle transitie kunnen maken naar een volledig duurzame wereld, zonder dat de industrialisatie daarin een grote rol gaat spelen. Om de globale doelstellingen van het akkoord van Parijs effectief te halen, moeten we ook hen meekrijgen in de transitie. 
We zouden eigenlijk tegen 2050 naar netto nuluitstoot moeten, hetgeen erg ambitieus is. We zien dat we met het huidige pad dat we aan het bewandelen zijn, afstevenen op een temperatuurstijging van 3 of 4 °C. Afgaande op de huidige doelstellingen, kunnen we stellen dat die in de toekomst nog veel ambitieuzer moeten zijn.’

 

Denken én doen

‘De klimaatproblematiek zou meer en meer moeten beginnen leven bij de mensen. Dat er effectief over gesproken wordt onder de mensen en iedereen mee is over dat klimaatopwarming bestaat, dat wij gevolg daarvan zijn en welke oplossingen nodig zijn. Zoveel mogelijk mensen bewust maken van de problematiek en doen realiseren dat het niet verder kan zoals het nu is. We moeten denken aan gepaste oplossingen. Iedereen moet mee op de kar springen, anders kunnen we nooit de doelstellingen halen. Als concrete tip geef ik verder mee om bewuster om te gaan met dagdagelijkse dingen die je doet. Kiezen voor het openbaar vervoer, de fiets of te voet verplaatsen. Als dat niet mogelijk is, meer efficiënt de auto nemen. Meer carpoolen zodat de auto bemand is door meerdere personen. Nadenken over de noodzaak om het vliegtuig te nemen, voornamelijk bij korte afstanden. Beste alternatief hiervoor is de trein, voor trajecten zoals Amsterdam-Brussel. Verder zou minder runds- en lamsvlees eten, een goede stap vooruit zijn. De cliché-tips misschien, maar wel ontzettend belangrijk.’

Iedereen mee op de klimaatkar

‘Je kan er niet omheen: klimaatverandering is een erg negatieve kwestie, want we weten hoe erg ons klimaat eraan toe is. Maar toch moeten we positief blijven en naar oplossingen zoeken. Doemdenken brengt ons nergens, maar het is belangrijk om mensen eindelijk wakker te schudden. De toestand van het klimaat is slecht en zal alleen maar verslechteren als we niets doen, maar ook de positieve boodschap overbrengen blijft belangrijk. Als we beslissen om ingrijpende maatregelen te nemen, dan kan het nog de goede richting opgaan. Maar dan moeten we wel allemaal mee.’

Over Antarctica

‘Doordat ook de oceaan warmer wordt en oceaanwater langs onder aan de ijsplaten smelt kan genereren, zien we dat deze geleidelijk aan dunner worden. IJsplaten hebben een belangrijk effect op de stroom aan ijs van het continent richting de oceaan. De dunnere ijsplaten kunnen het ijs dat richting oceaan stroomt minder tegenhouden, waardoor deze stroom gaat vergroten. Dat is wat we op dit moment voornamelijk in het westelijke deel van Antarctica zien. Ruwweg sinds 2000 zien we dat Antarctica continu ijsmassa aan het verliezen is. Uiteraard heeft dat ook complicaties voor de zeeniveaustijging. Dit laatste werd tot vandaag de dag voornamelijk gedomineerd door enerzijds het warmer worden van het oceaan, waarbij het oceaanwater uitzet en bijgevolg een groter volume inneemt. Anderzijds het smelten van de gletsjers. Maar in de toekomst zullen de bijdragen van smelt, zowel van Antarctica als van Groenland, de grootste bijdragers worden aan de zeeniveaustijging. Als je weet dat ongeveer 10% van de wereldbevolking in dichtbevolkte kustgebieden woont, betekent dat toch wel significante, negatieve gevolgen.’

Een blik op de toekomst

‘De opzet van ons onderzoek is om naar interacties te kijken tussen wat er in de atmosfeer, in de oceaan en op de ijskap zelf gebeurt. Dat gaan we doen door deze drie modellen met elkaar te koppelen zodanig dat we interacties tussen die drie componenten van het klimaatsysteem in kaart kunnen brengen. De bedoeling is om op den duur te kunnen kijken of er een soort voorspelbaarheid zit in dit systeem. Dat we ook kunnen voorspellen wat er met het klimaat gaat gebeuren komende 10-20-30 jaar. Dat doen we zowel over het hele continent Antarctica, als een kleine subregio over de Totten-gletsjer (in Oostelijk deel Antarctica). De Totten-gletsjer is één van de gletsjers die recentelijk heel veel massa verliest. Het is nog niet vaak gebeurd dat deze drie componenten (oceaan, atmosfeer en ijskap) samen bekeken worden en evenmin voorspelbaarheid in het systeem. Naar zeeniveaustijging toe (en het beleid daaromtrent) gaat het belangrijk zijn om in te kunnen schatten wat er de komende dertig jaar gaat gebeuren.’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Print

Zonder Gentenaars geen GMF!

Samen maken we van Gent een stad van de toekomst. Word lid voor €5 per jaar en krijg er ons tijdschrift Frontaal bovenop.

Lid WordenX