• Wij zijn GMF

    Amélie, bestuurslid (HR) en all-round vrijwilliger

    GMF empowert iedereen die van Gent een gezondere stad wil maken.

Longen voor tuin, stad en land

10 december 2022 at 9:23pm

Bosbranden worden steeds frequenter, zomers worden droger en we blijven asfalteren. Kunnen bomen binnen dit geweld de plaats krijgen die ze verdienen? Een gesprek met prof.emeritus Martin Hermy.

Nu er zoveel bosbranden zijn: zijn er middelen om deze beheersbaar te maken?
Ten eerste: onderhoud. Strooisel en dood hout zijn brandstof voor bosbranden. Regelmatig oogsten is dus cruciaal. Ten tweede: compartimentering. Het vuur kan minder makkelijk overslaan wanneer er brandgangen zijn. Uiteraard ‘springt’ het vuur sneller wanneer er meer wind is en bij een hogere intensiteit. Ten derde: monitoring. In Noord-Amerika bestaan er bijvoorbeeld uitstekend werkende fire control systems.

Men laat dood hout liggen in functie van biodiversiteit. Dat is tegenstrijdig met de eerste beheersmaatregel.
Bij bossen in mediterrane regio’s zijn branden een vrij natuurlijk fenomeen. Bepaalde plantensoorten hebben brand nodig voor verjonging, maar ook sommige Zuid-Europese boomsoorten zoals Turkse den en kurkeik, of in Noord-Amerika de draaiden. Bij een brand komen via as voedingsstoffen vrij die kiemplanten helpen groeien. In het mediterrane gebied worden echter de meeste branden aangestoken voor speculatieve doeleinden, want om op natuurlijke wijze brand te krijgen, is er meestal een blikseminslag nodig.

Wat zijn de uitdagingen voor stedelijke tuinen?
Ruimte. Dat was een van de aanleidingen om mijn boek te schrijven. Mensen hebben pas problemen met bomen als ze te groot worden voor de beschikbare ruimte, waardoor ze te dicht bij gebouwen komen te staan. Als een boom over het perceel van een buur hangt, kunnen er conflicten ontstaan. Bij escalatie kan het zelfs zijn dat de eigenaar het verwijderen van de boom uit eigen zak moet betalen. En wat voor overhangende takken geldt, geldt ook voor opstekende wortels. Het is een menselijk verhaal. Men kan bomen indelen volgens drie hoogteklassen. Klasse 3 is bijvoorbeeld minder dan zes meter. Klasse 1 (>12 m) sluit ik uit in mijn boek. Wil je toch opteren voor een boom op een zeer kleine oppervlakte, kun je voor mini’s gaan, of zuilbomen.

Wat is uw idee over inheemse versus uitheemse bomen?
‘Boomwaardige’ inheemse bomen zijn meestal zeer groot. Wanneer droogtetolerantie in rekening gebracht wordt, kun je er al heel wat schrappen. Jeneverbes en grove den zijn kandidaten, maar die hebben dan weer andere problemen en zijn niet populair als tuinboom. Dus kom je uit bij mediterrane soorten. Wij werken overigens met soorten, niet met herkomst. De kans dat een steeneik van op de Mont Ventoux het beter zal doen dan een uit Avignon is zeer groot. Het is dus goed om de herkomst te kennen. Helaas wordt dit enkel gebruikt voor bosbouw. Voor zover ik weet is er niemand bezig een systeem voor het bijhouden van herkomst op poten te zetten voor toepassingen in de groensector. Variatie is ook belangrijk. Stel dat je een individu gaat klonen dat niet ziekteresistent blijkt te zijn, kom je in de problemen. Een verzekering hiertegen is diverse soorten aanplanten of een natuurlijke variatie binnen dezelfde soort gebruiken. Qua biodiversiteit zijn inheemse soorten waardevoller, maar dat is slechts één dienst. In een stedelijke context is het belangrijker dat de boom verkoeling schenkt en niet te groot wordt. We moeten uiteraard geen invasieve soorten binnenhalen zoals de hemelboom. Helaas verandert invasiviteit mee met de klimaatverandering. Planten of bomen die nu niet invasief zijn, kunnen dat binnen tien jaar wel zijn.

De gemiddelde levensverwachting van een stadsboom is 30 jaar. Met het GMF planten we toekomstbomen die verwacht worden 100 jaar te leven. Steden veranderen. Het klimaat verandert. Soms denk ik dan dat we te ver in de toekomst denken en dat het allemaal geen zin heeft.
Het is een moeilijke oefening, maar een grote boom is een monument. We hebben in steden veel klassieke (gebouw)monumenten behouden. We moeten ook bomen de kans geven monumenten te worden.

Bekijk het zo: de ruimte die de boom nodig heeft om volwassen te worden is ook nuttig voor de omgeving. Hij heeft bijvoorbeeld een positief effect op de leefbaarheid. De ruimtevolgieten met beton komt die leefbaarheid niet ten goede.
Nog een reden om bomen oud te laten worden: koeling. Dit neemt exponentieel toe met de leeftijd en dus de dikte van de stam. Dat komt door de toenemende bladoppervlakte. Als een boom na dertig jaar gekapt wordt, vervult hij die dienst niet optimaal. En dan spreken we nog niet over stofopvang en de andere ecosysteemdiensten die bomen bieden. Bomen langs de weg kunnen we nauwelijks als toekomstbomen beschouwen. Maar zelfs zij zijn waardevol. Wanneer ze geplant worden, hebben ze al een zekere leeftijd, want ze moeten een stamvrije hoogte van 4,5 meter hebben. Daardoor zijn ze ook duurder. Waarom zouden we die een leven van slechts dertig jaar aanbieden? We hebben er dus alle belang bij bomen te planten die een lange levensduur mogen hebben.

Kunnen we dan niet beter één boom aan de straatkant planten die volwassen kan worden, dan vier van dezelfde soort met weinig overlevingskansen?
Dat kan, maar dat is afhankelijk van hoe ver de vier bomen van elkaar staan. Ik pleit ervoor afstand te nemen van het model om dezelfde soort – of dezelfde kloon – te planten en resoluut te gaan voor het planten van meerdere soorten. Onze beschermde dreefzichten hebben culturele waarde, maar omdat het steeds dezelfde soort is, is de kans reëel dat alle bomen besmet worden wanneer er een ziekte ontstaat. Bomen zijn een erfenis voor wie na ons komt. We moeten afstappen van het idee dat men de foute plantkeuze binnen honderd jaar wel zal oplossen. Er is voldoende kennis om dat nu te doen!

Is de mindset al niet veranderd?
Het is positief dat meer en meer jonge mensen interesse hebben in bomen, voedselbossen en pluktuinen, maar ik vrees dat dit nog steeds een minderheid is. We moeten meer mensen meekrijgen. Dat gebeurt niet zomaar. Misschien kunnen externe factoren, zoals een hittegolf, beleidsmakers en bevolking warm maken voor groene initiatieven? Wanneer iedereen beslist airco aan te schaffen, gaat het de verkeerde kant op. Ze koelen de binnenruimte, maar stralen daarbij warmte uit, produceren fijn stof… Een exclusief technologische aanpak zal mogelijk meer problemen creëren dan oplossen. Een boom heeft naast de koelingsfunctie ook nog een tiental andere functies. Het verschil is dat een boom tijd nodig heeft. Een airco lost een acuut probleem op, maar is niet duurzaam. Hetzelfde geldt voor de installatie van een zwembad: kies in godsnaam voor een zwemvijver! Je hebt minder materialen nodig en het water houdt zichzelf schoon. Een groene aanpak is vaak een goedkope aanpak.

Welke rol speelt de bouwsector in het verdwijnen van bomen?
Bij nieuwbouwappartementen wordt er nog te weinig rekening gehouden met de directe omgeving. Op de ontwerpen vind je bomen terug, maar die zijn uiteindelijk vaak nergens te vinden. Groen komt bij bouwprojecten steeds op de laatste plaats. Aannemers dienen een offerte in waarbij groendaken voorzien zijn. Het project kost meer dan begroot, en je eindigt met minderwaardige groendaken omdat wanneer ze aangelegd worden, er geen geld meer is. De grond van de bouwwerf wordt daarenboven kapotgereden. Een tuinaanlegger freest nadien de bovenste twintig centimeter, maar de verdichting daaronder blijft zodat bomen moeilijk kunnen groeien. Ook ophogingen vormen een probleem, want daardoor komen de wortels dieper te liggen, krijgen ze minder zuurstof en sterven ze af. Bomen blijven jammer genoeg nog steeds waardevolle bijkomstigheden.

Wordt u daar soms pessimistisch door?
Ja, maar daar moet je tegen vechten. Het is positief hoe het natuurbehoud in de laatste veertig jaar is geëvolueerd. Veel natuurgebieden van een hectare zijn nu tweehonderd hectare. In Leuven zijn de subsidies voor groendaken in 2013 afgeschaft, maar er komen toch nog steeds groendaken bij! Diverse steden subsidiëren ondertussen nog steeds groenprojecten.

Dit artikel werd geschreven door Michaël Verest voor Frontaal (editie herfst 2022), het magazine van Gents MilieuFront. Wil je ook 4x per jaar inspirerende en kritische Frontaal-artikels lezen op papier of digitaal? Word nu lid van GMF en geniet van Frontaal en tal van andere fijne voordelen!

Foto’s: Linda Aneca, Freepik Lifeforstock (bomen), Pixabay Nextvoyage (appelboom)
Print

Zonder Gentenaars geen GMF!

Samen maken we van Gent een stad van de toekomst. Word lid voor €5 per jaar en krijg er ons tijdschrift Frontaal bovenop.

Lid Worden X