terug naar startpagina
home | contacteer | feedback

GROEN WONEN, OOK OP HET WATER

Kunnen principes van duurzaam bouwen en waterzuivering ook toegepast worden in woonboten?
Gent telt 300 ligplaatsen voor boten. Daarvan zijn er zo’n honderdtal ingenomen door woonboten waar mensen hun vaste verblijfplaats hebben. Tijd dus om daar wat aandacht aan te besteden in deze Frontaal.  Luc Eeckhout van evr-architecten bvba heeft zijn kantoor op een woonboot. Het ontwerpteam, waar hij deel van uitmaakt, is gespecialiseerd in duurzame architectuur en stedenbouw. Ze richten zich op bouwen met een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk. De ideale gesprekspartner dus. We zijn ook advies gaan inwinnen bij Michel van Bossuyt van Stephorst Consulting. Om meer te weten te komen over waterzuivering hebben we contact opgenomen met Peter van Turenhout van de Milieudienst. We zijn ook langs geweest bij Willy Eeckels op zijn boot de Bilbo.

Michel van Bossuyt: “Het is niet evident om bepaalde toepassingen uit de gewone woningbouw over te zetten naar een schip, omdat andere factoren een rol spelen. Een woonschip leeft en beweegt onder andere een heel stuk meer dan een gewoon doorsnee huis. Isoleren op een woonboot is echter, net zoals in elke woning, absoluut een noodzaak. Een woonboot ligt vrij, en heeft dus veel wanden die kunnen afkoelen of opwarmen, afhankelijk van de buitentemperatuur. Zeker het isoleren van het dak is noodzakelijk, want staal warmt snel op, wat in de zomer anders tot onleefbare temperaturen op het schip kan leiden. Isolatie van de vloer voor temperatuur is dan weer vrijwel zinloos. Een woonschip ligt op een constante diepte in het water. Het deel onder de waterlijn heeft een constante temperatuur, omdat het water een quasi constante temperatuur heeft. Dit in tegenstelling tot zeewater, waar stromingen een rol spelen. Enkel geluidsisolatie van de vloer heeft zin.”


Isolatie een geval apart
Dé ideale oplossing om milieuvriendelijk te isoleren bestaat niet, aldus Luc Eeckhout. Hij vervolgt: alles hangt af van je specifieke situatie en van wat je precies wilt isoleren. Er is een verschil in duurzaamheid van materialen tussen vloeren, wanden en daken. Er is dus geen standaard toverformule.
Bij de bouwmaterialen zijn er heel wat mogelijkheden. We geven vanzelfsprekend de voorkeur aan de meest ecologisch verantwoorde producten. Op de eerste plaats zijn dit herbruikbare, natuurlijke materialen. Vergeet echter niet dat je het totale plaatje moet bekijken. Niet enkel het materiaal zelf, maar ook de productie en het transport ervan, hebben een invloed op het milieu.

“Ikzelf heb voor de isolatie van mijn boot tonzonfolie gebruikt. Dat is een dun laagje plastic, bedampt met aluminium, dat voor een lage warmtegeleiding zorgt. Het dak en de wanden zijn geïsoleerd met 5 lagen folie met telkens 2 centimeter tussen. Met de afwerking erbij geeft dat een dikte van 15 centimeter.”

Dit was puur op materiaal bekeken niet de meest ecologische keuze. Als je echter naar het geheel kijkt, zie je dat het dat wél is, omdat het heel fijn materiaal is, dat niet veel plaats inneemt. Één doos tonzon staat gelijk aan 5 containers dik isolatiemateriaal. Dit beperkt de milieubelasting door transport.

“Voor de vensters kijken we naar de U-waarde van het glas. Deze U-waarde, of warmtedoorgangscoëfficiënt, geeft aan in welke mate de warmte verloren gaat via de beglazing. Hoe lager deze waarde, hoe kleiner het warmteverlies en dus hoe meer isolerend. Hoogrendementsbeglazing (HR-beglazing) met een U-waarde van 1,1 is hierbij het absolute minimum voor een goed resultaat (link voor subsidies en premies: zie www.energiesparen.be of www.eandis.be). Gewoon dubbel glas is gevuld met droge lucht en heeft een gemiddelde U-waarde van 2,8. Het isoleert dus minder goed. HR-glas is gevuld met edelgas, wat beter isoleert dan gewone lucht. Daarnaast bevat HR-glas een laagje op de binnenzijde van de glasplaat die de warmte weerkaatst, maar het zonlicht grotendeels doorlaat. Zelf heb ik gekozen voor driedubbel glas, met een U-waarde heeft van slechts 0,7. Dit is duurder dan HR-glas (bijna het dubbele), maar geeft de beste isolatie. Op die manier hou je de rest van je isolatie optimaal rendabel. Je isolatie is maar zo sterk als het zwakste punt en de ramen blijven een groot verliespunt.”

Het gebruik van duurzame isolatiematerialen hoeft niet per se duurder te zijn. Er zijn evengoed milieuonvriendelijke materialen die duurder in aankoop zijn dan hun milieuvriendelijke alternatieven. De begininvestering van efficiënt isolatiemateriaal, spaar je sowieso weer uit op de verwarming, waardoor je de kosten gewoon terugverdient op lange termijn. Het betreft in feite niet meer dan een verplaatsing van de investering. Om je een idee te geven: ons energieverbruik is minder dan 35kWh per m² per jaar. Dit is vier keer minder dan het doorsnee-energieverbruik op een woonschip. Daarnaast houd je op die manier ook je boot koel in de zomer. Veel woonboten zijn ’s zomers onleefbaar door onvoldoende isolatie.

Ventilatie een must
Naast isolatie is ook ventilatie een must, want een woonboot is eigenlijk een gesloten, niet-ademende bak. Staal is - in tegenstelling tot (bak)steen en hout - volledig ondoorlatend. Door te ademen, te koken, te wassen, ontstaat er onvermijdelijk waterdamp. Deze zal condenseren op de koudste delen van het schip, namelijk de buitenwanden. Doordat die condens zich verzamelt, krijg je vochtproblemen. Ofwel krijg je condens in de spouw, achter de isolatie, die naar beneden drupt en zich onder de vloer verzamelt. Ofwel stijgt de damp door het plafond, condenseert tegen het dak en drupt zo door het plafond terug naar binnen.
Om al deze problemen te vermijden, is het aanbrengen van een dampscherm onontbeerlijk. Dit laagje plastic verhindert transport van vochtige lucht doorheen de isolatie. Het wordt aangebracht aan de binnenzijde van de isolatie. De banen moeten elkaar overlappen en de naden moeten nadien met plakband worden afgedicht. Ook hier geldt de regel van de zwakste schakel. Één minuscuul scheurtje is voldoende om toch problemen te krijgen.

Michel van Bossuyt heeft daar echter vragen bij. Een schip leeft en beweegt. Het staal krimpt en zet uit onder invloed van omgevingstemperaturen. Als je vaart vindt er een torsiebeweging plaats. Als het schip op het droge gehaald wordt op de scheepswerf voor het vijfjaarlijkse onderhoud, wordt er ook kracht uitgeoefend op de romp van het schip. Daar het dampscherm een vaste constructie aan de wand is, en de wanden bewegen, is er heel veel risico dat het dampscherm scheurt, en dus nutteloos wordt.

Een andere ‘oplossing’ waarmee Michel af en toe geconfronteerd wordt, is het weglaten van de spouw tussen de isolatie en het staal. Er wordt isolatieschuim rechtstreeks tegen de wand gespoten. Dit polyurethaanschuim is ten eerste verre van ecologisch verantwoord. Daarnaast zorgt dit voor problemen bij het vervangen van platen op de scheepswerf. Daarvoor moet namelijk gebrand en gelast worden. Doordat het schuim zich op het staal bevindt, wordt het mee verwijderd met de platen én is er heel veel brandgevaar. Door het grote risico kan het zelfs zijn dat de scheepswerf weigert om aan je schip te werken. Zij dragen immers de verantwoordelijkheid voor je woning en als de boel in de fik vliegt, zullen zij moeten opdraaien voor de kosten. Vaak begint men er niet eens aan.

Laat dus wel een spouw tussen de isolatie en het staal. Op die manier kan de condens niet in contact komen met de isolatie en kan het condensatiewater aflopen naar beneden. Op de bodem van het schip kan je een gootje voorzien dat het water naar een centraal opvangpunt leidt en het water verzamelt. Dit opgevangen water kun je dan gebruiken zoals hemelwater of gewoon lozen.

“Kies het liefst voor een ventilatiesysteem met warmteterugwinwisselaar. Die haalt 90% van de warmte uit de lucht die je naar buiten stuwt, en voegt ze terug toe aan de buitenlucht die je naar binnen haalt. Daardoor verlies je minder warmte en hoef je minder te verwarmen. Omgekeerd kan je er ook de buitenlucht mee koelen. Wij hebben hier ook zo’n systeem. Het is bovendien gemakkelijk te onderhouden. De stoffilter kan je er gewoon uithalen, stofzuigen en er terug insteken. Doordat die filter er in zit, komt er geen stof van buiten naar binnen. De poetsvrouw is 3 weken geleden geweest” (haalt vinger over de vensterbank) “en kijk” (toont vinger). De GMF-reporter zag dat het proper was.

Waterzuivering zeker nodig
Wat de waterzuivering betreft, kun je nog vóór het zuiveren een aantal preventieve maatregelen treffen. Het is van belang om het aantal liter vervuild water op alle mogelijke manieren te beperken.
Eerst en vooral kun je kanaal- of regenwater gebruiken voor dingen waarvoor geen drinkwater nodig is, zoals het doorspoelen van het toilet. Je kiest best ook voor de meest waterzuinige technieken. Wij bij evr hebben bijvoorbeeld bruiskoppen op de kranen, een waterzuinige vaatwas en toilet en een urinoir zonder spoelwater. Daarnaast zou je ook kunnen kiezen voor een waterloos toilet.

Het is ook belangrijk om je afvalwater te zuiveren alvorens het te lozen, door een Individuele Behandelingsinstallatie van Afvalwater of IBA te plaatsen. Van overheidswege moeten alle woonschepen tegen eind 2007 zelfzuiverend zijn. Deze norm is echter moeilijk haalbaar, omdat men nog aan het zoeken is naar compactere systemen, die gemakkelijk te plaatsen zijn in bestaande woonschepen. Daarom zal de Milieudienst, die als controlerende instantie optreedt, dezelfde deadline toepassen als voor woningen die niet aangesloten zijn op het rioleringsnet. Deze moeten pas tegen eind 2012 zelfzuiverend zijn.

Peter van Turenhout van de Milieudienst: “Het Vlaams Gewest subsidieert waterzuivering op woonboten niet. De Stad Gent geeft wel 1000 euro subsidie. Daarvoor dien je een aanvraag in bij de Milieudienst. Als het systeem ongeveer twee maanden in werking is, komen we langs om de kwaliteit van het geloosde water te testen. Als dit in orde is, wordt de subsidie toegekend. Als er nog iets mis zou zijn, is er nog altijd de mogelijkheid om dat in orde te brengen en later opnieuw te laten testen.”

Enerzijds heb je mechanische waterzuiveringssystemen. Deze bestaan steeds uit drie delen.
Het afvalwater komt terecht in het eerste compartiment, waar de voorbezinking gebeurt. Daarna loopt het water over naar het tweede compartiment, waar de bacteriën zich bevinden die voor de biologische zuivering van het water zorgen. Omdat deze bacteriën zuurstof nodig hebben om te overleven, is beluchting in dit compartiment cruciaal. Deze gebeurt meestal door middel van een compressor die luchtbelletjes in het water stuwt door een geperforeerde buis. Deze beluchting kan continu gebeuren, of met intervallen, gestuurd door een timer. Dit deel van de installatie is zeer gevoelig. Als de beluchting niet op de juiste manier gebeurt, werken de bacteriën niet optimaal en is de kwaliteit van het geloosde water slecht. Willy Eeckels die op de Bilbo aan de Stropkaai woont, kan dit bevestigen. “Mijn waterzuiveringsinstallatie bevindt zich net onder mijn bibliotheek, waar ik ’s avonds graag zit. Omdat ik het borrelend geluid storend vond, schakelde ik de timer dan uit. De eerste meting was een ramp. Het water was troebel en stonk, en de testen in het labo waren ronduit rampzalig. Nu laat ik mijn compressor continu aanliggen. Bij de tweede meting was alles in orde en werd mijn subsidieaanvraag goedgekeurd.” In het derde compartiment gebeurt de nabezinking. Van hieruit wordt het water dan geloosd.